Visitatiecommissie: BOR-afspraken hebben een positieve invloed op de woningbouw in het stedelijk gebied Eindhoven.
De Bestuurscommissie Stedelijk Gebied Eindhoven heeft de visitatiecommissie gevraagd om advies uit te brengen over de woningbouwprestaties in zeven gemeenten in de regio Eindhoven. De Bestuurscommissie vormt op basis van het advies een oordeel over de naleving van het zogenaamde BOR-convenant. De conclusie van de visitatiecommissie is dat de afspraken een positieve invloed hebben op de woningbouwproductie in de regio. Bij alle gemeenten is een flinke stap voorwaarts gezet. Hoewel in geen van de gemeenten het afgesproken aantal woningen is gebouwd, vindt de visitatiecommissie dat de gemeenten Eindhoven, Son en Breugel, Nuenen, Geldrop-Mierlo en Veldhoven zich voldoende hebben ingespannen. De gemeenten Waalre en Best hebben naar het oordeel van de visitatiecommissie tot 1 januari 2010 niet voldoende gedaan om het aantal afgesproken woningen te bouwen. De betrokken gemeenten zullen vóór 31 augustus 2010 een reactie geven op de adviezen van de commissie. Daarna zal de bestuurscommissie besluiten of er consequenties aan worden verbonden. In het voorjaar van 2005 is door de gemeenten Eindhoven, Best, Son en Breugel, Nuenen, Geldrop-Mierlo, Waalre, Helmond en Veldhoven het ‘Convenant regionale samenwerking stedelijk gebied Eindhoven’ getekend. Dit convenant wordt ook wel BOR-Convenant genoemd. De besturen van de betrokken gemeenten hebben in het convenant afgesproken om samen te werken om een oplossing te bieden voor de ruimtelijke problematiek van de stad Eindhoven. De samenwerking is concreet bekrachtigd door het vastleggen van een woningbouwprogramma met bijbehorende programmasturing. Overigens participeert de gemeente Helmond niet in de programmasturing. Afgesproken is dat in 2010, na vijf jaar, een tussenbalans opgemaakt wordt. Nu bekend is hoeveel woningen feitelijk zijn opgeleverd, blijkt dat in alle deelnemende gemeenten het afgesproken programma niet is gerealiseerd. Onder andere de kredietcrisis wordt als een oorzaak aangemerkt. De visitatiecommissie is ingesteld om te beoordelen of, naast de kredietcrisis, ook gemeentelijk handelen in de afgelopen periode een van de oorzaken is.
De adviezen van de visitatiecommissie De visitatiecommissie bestaat uit mevr. P.H.M. Jacobs-Aarts, prof.dr.ir. H. Priemus en ing. A.W.M. de Zwart. De visitatiecommissie heeft een onderzoek uitgevoerd naar de vraag in hoeverre het niet halen van het afgesproken programma een gevolg is van gemeentelijk handelen. Hiervoor heeft zij gesprekken gevoerd met alle betrokken colleges van B&W en met een groot aantal woningmarktpartijen in de regio.
De visitatiecommissie constateert dat de afspraken in het convenant een positieve invloed hebben gehad op de woningbouwproductie. De bouw van sociale woningen in de randgemeenten heeft een impuls gekregen. Dit is een trendbreuk met het verleden. De gemeenten hebben de afspraken serieus genomen en hebben druk gewerkt aan het op peil brengen van de bestemmingsplancapaciteit, het inrichten van de ambtelijke organisatie en het professionaliseren van het proces. Bij alle gemeenten is daarin een flinke stap voorwaarts gemaakt. De visitatiecommissie vindt dus dat de afspraken effect hebben gehad. De visitatiecommissie is wel van mening dat de resultaten in de gemeenten Waalre en Best positiever zouden zijn geweest bij anders handelen door de gemeente. Overigens hebben de gemeenten nog tot 1 januari 2012 de tijd om alsnog aan de afspraken te voldoen.
De betrokken gemeenten zullen vóór 31 augustus 2010 een reactie geven op de adviezen van de visitatiecommissie. Daarna zullen de adviezen en reacties door de Bestuurscommissie Stedelijk Gebied worden besproken. De bestuurscommissie zal uiteindelijk besluiten of er consequenties worden verbonden aan het advies van de visitatiecommissie.Noot voor de redactie: Voor meer informatie over het proces van totstandkoming van de adviezen van de visitatiecommissie en over de vervolgprocedure kunt u contact opnemen met de secretaris van de visitatiecommissie, Harm Mertens, telefoon: 040-259 45 87.
|