HomeSitemapEnglish
OrganisatieNieuwsBestuursinformatieWerken bij het SREOfficiële publicatiesContact
zoeken
Ruimte en Wonen
Thema'sProjectenDienstverleningSubsidies

Bestuurlijke organisatie
Economie
Milieu
Mobiliteit
Ruimte en Wonen
Actueel
Beleid
Projecten
Cijfers
-Grondprijzen Regio
-Regionale Monitor Wonen
-WMC-monitor
Overzichtspagina
Recreatie en Toerisme
Zorg en Welzijn
Plattelandsontwikkeling
Samenwerking Stedelijk Gebied Eindhoven
Cultuurhistorie
Regionale Monitor Wonen
Regionale Monitor Wonen

SRE Monitor Wonen
De SRE Monitor Wonen 2011 geeft inzicht in de ontwikkelingen op het gebied van (de samenstelling van) bevolking, huishoudens en woningvoorraad in de regio Eindhoven. In de SRE Monitor Wonen 2011 is er speciale aandacht voor de thema’s verhuisgedrag, huishoudensverdunning en kredietcrisis. Daarnaast wordt de voortgang van de afspraken zoals gemaakt in het Regionaal Woningbouwprogramma 2010-2020 besproken.

Bevolkingsontwikkeling
Per 1 januari 2011 wonen er in de regio Eindhoven bijna 739.000 mensen. Volgens de provinciale Bevolkings- en Woningbehoefteprognose zal het maximum van ongeveer 751.500 inwoners rond 2030 bereikt worden. Daarna zal het aantal inwoners in de regio afnemen tot ongeveer 742.000 in 2040.
Net zoals in de rest van Nederland bereikt de vergrijzing in deze regio rond 2040 haar hoogtepunt. Absoluut gezien betekent dat een stijging van 51.000 75-plussers in 2000 naar 100.000 in 2040. De woonvoorkeuren van deze senioren zijn cruciaal voor de kwalitatieve samenstelling van het nieuwbouwprogramma.

De regio Eindhoven heeft een positief buitenlands migratiesaldo in 2010, maar wel al vijf jaar achter elkaar een negatief binnenlands migratiesaldo. Er vertrekken dus meer mensen naar andere regio’s in Nederland dan dat er zich vanuit de rest van Nederland in deze regio vestigen. Ook opvallend is dat het aandeel 25-34 jarigen in Zuidoost-Brabant behoorlijk is afgenomen sinds 2000. Blijkbaar is het lastig om deze doelgroep te binden aan deze regio.

Huishoudensontwikkeling
Voor de woningmarkt zijn de ontwikkelingen in aantal en samenstelling van de huishoudens belangrijker dan de bevolkingsontwikkeling. Het aantal huishoudens bepaalt namelijk in grote lijnen de kwantitatieve woningbehoefte, terwijl de huishoudenssamenstelling een belangrijke invloed heeft op de gewenste samenstelling van de woningvoorraad.
Op 1 januari 2010 kende de regio 322.500 huishoudens. De provinciale Bevolkings- en Woningbehoefteprognose verwacht tot 2030 nog een redelijk sterke groei tot 354.000 huishoudens.

Het aantal personen per huishouden in Zuidoost-Brabant wordt steeds kleiner. Huishoudensverdunning wordt dat ook wel genoemd. De huishoudensgrootte in de regio is in de afgelopen tien jaar gedaald van 2,40 naar 2,28. Tot 2030 is nog een groei van ruim 23.000 eenpersoonshuishoudens voorspeld ten opzichte van het aantal eenpersoonshuishoudens op 1 januari 2010.

Ontwikkeling woningvoorraad
Op 1 januari 2011 staan er 315.000 woningen in de regio. In 2010 is de woningvoorraad in de regio met bijna 2.600 woningen toegenomen, terwijl in topjaar 2009 de voorraad nog is toegenomen met ruim 4.700 woningen. In 2011 wordt nog een toevoeging verwacht van 3.000 woningen. De vooruitzichten voor 2012 en 2013 zijn minder florissant.
Na het absolute dieptepunt in het aantal transacties in het 1e kwartaal van 2009, leek de woningmarkt zich de afgelopen kwartalen weer enigszins te herstellen. Echter, uit de cijfers van het 1e kwartaal van 2011 blijkt dat de Zuidoost-Brabantse woningmarkt de kredietcrisis nog zeker niet te boven is.
Als gevolg van de crisis vinden er het afgelopen jaar meer transacties in de goedkope prijsklassen en minder in duurste prijsklassen plaats. Ook de corporaties merken dat door de crisis de doorstroming stokt.

Regionaal Woningbouwprogramma 2010-2011
In 2010 zijn er 2.589 woningen aan de Zuidoost-Brabantse woningvoorraad toegevoegd. 1.241 van deze woningen waren sociale woningen. Maar omdat er pas één jaar is verstreken van de nieuwe afspraken, kunnen er nog geen harde conclusies worden verbonden aan deze ‘tussenstand’. Bovendien komen er nog een aantal moeilijke jaren aan waarvoor de verwachtingen een stuk minder positief zijn.
Om het woningbouwprogramma te kunnen realiseren, is plancapaciteit nodig. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat om 100% woningen te realiseren in de komende vijf jaren, 130% zachte plancapaciteit reëel is. Provincie en SRE gaan om tafel met gemeenten die meer dan 130% zachte plancapaciteit hebben, om te bespreken hoe ze met die plancapaciteit willen omgaan.

Vervolg
De SRE Monitor Wonen 2011 is een belangrijke basis bij het signaleren van ontwikkelingen op de regionale woningmarkt. De monitor helpt inzichtelijk te maken waar de komende jaren de uitdagingen liggen voor de gezamenlijke woningmarktpartijen (bijvoorbeeld gemeenten, provincie, woningcorporaties en projectontwikkelaars) en op welke terreinen dus gericht actie moet worden ondernomen. Deze acties kunnen bijvoorbeeld een plaats krijgen in een actualisatie van het Regionaal Woningbouwprogramma, in concrete acties in de nieuwe Regionale Woonvisie of in het stellen van specifieke vragen in het Regionaal Woonbehoeftenonderzoek.

Voor uitgebreide analyses kunt u de SRE Monitor Wonen 2011 via deze website downloaden.












Contact
Simon Wessels
T : 040 259 4572
E : s.wessels@sre.nl





Downloads
Monitor Wonen 2011

Monitor Wonen 2010

Monitor Wonen 2009

Monitor Wonen 2008

Monitor Wonen 2007

Monitor Wonen 2006

Monitor Wonen 2005