HomeSitemapEnglish
OrganisatieNieuwsBestuursinformatieWerken bij het SREOfficiële publicatiesContact
zoeken
In het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven werken de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant samen op de onderstaande thema´s, die om een regionale aanpak vragen:

Thema'sProjectenDienstverleningSubsidies

Nieuws
Persberichten
-Persberichten 2011
-Persberichten 2010
-Persberichten 2009
-Persberichten 2008
-Persberichten 2007
-Persberichten 2006
-Persberichten 2005
Archief SRE-Nieuws
Regionale Agenda 2011 - 2014
Archief
Persberichten 2006
Regio maakt zich grote zorgen over fors tekort

Het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE) heeft PricewaterhouseCoopers gevraagd om een objectieve analyse te maken, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt of er in 2007 en 2008 mogelijk een financieringstekort zal ontstaan in de regio Zuidoost-Brabant. Met de uitslag van dit onderzoek wordt aangetoond dat er een fors feitelijk tekort zichtbaar is en dat het uitgangspunt van de Wmo, dat het budget van gemeenten voldoende moet zijn om de nodige zorg te kunnen bieden, niet gehaald kan worden.

Het onderzoek van PricewaterhouseCoopers toont aan dat het budget structureel onvoldoende is. Vandaar dat de resultaten op 9 november tijdens de Buitengewone Algemene Leden Vergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over het ‘Manifest van de gemeenten’ worden gepresenteerd, om daarmee het amendement vanuit het SRE kracht bij te zetten dat de VNG tussentijds terug moet naar de onderhandelingstafel met het kabinet.

Weliswaar is de VNG zeer recent met de Staatssecretaris overeengekomen dat er een frictiebudget voor 2007 en 2008 moet worden ingesteld voor incidentele ernstige nadeelgemeenten (meer dan 15% toename gebruik). Echter, het onderzoek van PricewaterhouseCoopers toont aan dat in deze regio al 2/3 van de gemeenten in deze categorie valt en dat er sprake is van een structureel probleem. Een frictiebudget is daarom niet de oplossing. Er zal opnieuw naar de verdeelsystematiek en het beschikbare macrobudget moeten worden gekeken.

Onacceptabele gevolgen voor gemeenten Zuidoost-Brabant
Het tekort dat ontstaat in de regio wanneer het verdeelmodel tot en met 2008 wordt toegepast, is door gemeenten niet op te brengen. Afhankelijk van het scenario kan dit tekort in 2008 oplopen tot 874.239 niet gefinancierde uren. Afgezet tegen een gemiddelde uurprijs van 20 euro (alle onderdelen samen) kan dit in 2008 oplopen tot een tekort van bijna 18 miljoen voor deze regio, op een totaalbudget van bijna 36 miljoen (niet meegerekend ongeveer 6 miljoen aan geraamde eigen bijdragen). Dit is het totaal voor de regio waarbinnen 21 gemeenten vallen. De spreiding van het probleem over de gemeenten is overigens ongelijk: er zijn gemeenten waar het verdeelmodel wel toepasbaar is en aan de andere kant gemeenten waar toepassing van het verdeelmodel tot zeer grote problemen leidt.

Twee scenario’s
Het onderzoek van PricewaterhouseCoopers beschrijft twee scenario’s. De scenario’s gaan beiden uit van een behoedzame groei en zijn derhalve hele reële schattingen.
In het eerste scenario gaat PricewaterhouseCoopers er vanuit dat de groei van de consumptie van huishoudelijke verzorging van de afgelopen jaren zich blijft voortzetten tot en met 2008 is het tekort in 2008 in Zuidoost-Brabant € 18.067.606 bij een gemiddeld uurtarief voor huishoudelijke verzorging van € 20,00.
In een tweede scenario gaat PricewaterhouseCoopers uit van een maximum in uren huishoudelijke verzorging per gebruiker, gelijk aan het landelijke gemiddelde in 2005. In dit scenario loopt het tekort in 2008 in Zuidoost-Brabant op tot € 4.146.911.

Bevindingen PricewaterhouseCoopers
Uit het onderzoek van PricewaterhouseCoopers blijkt dat het verdeelmodel van Cebeon in de regio Zuidoost-Brabant leidt tot problemen in de uitvoering van de WMO. Dit komt omdat de regio Zuidoost-Brabant op twee essentiële factoren in dit model afwijkt van het gemiddelde in Nederland.

  • Het aantal inwoners van 75 jaar en ouder groeit veel sneller dan de toename waarin het verdeelmodel voorziet.
  • In de regio Zuidoost-Brabant is de consumptie en indicatie van huishoudelijke verzorging veel lager dan gemiddeld in Nederland. De factoren die de consumptie van huishoudelijke verzorging beïnvloeden wijken echter in deze regio niet veel af van het landelijk gemiddelde. Dit impliceert dat de gemeenten in deze regio nu en in de komende jaren bezig zijn met een inhaalslag.

Dit houdt in dat er een onverwachte sterke toename van het aantal positieve indicaties in een aantal gemeenten in de regio is.

Aanpak onderzoek
De aanpak van het onderzoek was erop gericht de verschillende van belang zijnde
factoren door te berekenen naar de jaren 2007/2008. Hierbij werd onder meer rekening
gehouden met de verwachte groei van het aantal ouderen, het aantal alleenstaanden en de capaciteitsontwikkeling van de intramurale zorg. Ook werd nagegaan in hoeverre door middel van extramuralisering van zorg de vraag kan stijgen.

Meer informatie:
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer Haas, portefeuillehouder Gezondheidszorg SRE, 040 208 34 44 of met de heer Antonis, voorzitter regionale Stuurgroep Zuidoost-Brabant, 06 4607 20 66.

Achtergrondinformatie
Per 1 januari 2007 ontvangen gemeenten een budget voor de uitvoering van hulp bij het huishouden (in het kader van de WMO). Het bedrag dat gemeenten ontvangen, is gebaseerd op de geïndiceerde hoeveelheid huishoudelijke verzorging (binnen de AWBZ) en de kosten daarvan in peiljaar 2005.

Onder huishoudelijke verzorging worden binnen de WMO de volgende regelingen verstaan:

  • Zorg in natura: alphahulpverlening en overige huishoudelijke verzorging;
  • Eigen bijdragen;
  • Persoonsgebonden budgetten.

Wanneer de toegekende middelen ontoereikend zijn, kunnen gemeenten pas vanaf 2009 extra middelen verwachten. In 2007 en 2008 vinden op basis van het jaar 2005 de
volgende aanpassingen in het budget plaats:

  • Het volume groeit mee met de groei van het aantal thuiswonende 75-plussers (in 2006 + 0,4%);
  • Lonen en prijzen zijn geïndexeerd.

De wijze waarop het budget wordt verdeeld, is bepaald met behulp van een verdeelsleutel, ontwikkelt door Cebeon (Verdeelsleutel decentralisatie eerst tranche middelen Wet maatschappelijke ondersteuning, Cebeon, 2005).

In deze verdeelsleutel is rekening gehouden met de volgende factoren:

  • leeftijd
  • samenstelling van huishoudens
  • inkomens
  • arbeidsgerelateerde zorgbehoeften
  • geografie

Om de invloed van deze verschillende factoren te kunnen bepalen, hebben elk van deze
factoren een specifiek gewicht. Deze gewichten bepalen in het verdeelmodel mede de
uitkomsten van de budgetverdeling. Een wijziging van deze factoren heeft dus voor een bepaald gedeelte invloed op de budgetverdeling.

In het verdeelmodel is geen rekening gehouden met verschillen tussen
gemeenten/regio’s. Wanneer er sprake is van verschillen die met name samenhangen met
verschillen in beleid/uitvoeringspraktijk van indicatiestellers, zorgkantoren en/of zorgaanbieders wordt er vanuit gegaan dat deze effecten zullen afnemen door reeds in gang gezette ontwikkelingen.







Contact
Linda Scheepers
T: 040 259 45 21
E: l.scheepers@sre.nl